De BMI is gewicht in kilo's gedeeld door de lengte in meters in het kwadraat. Iemand van 1,75 meter en 72 kilo heeft een BMI van 72 / (1,75 × 1,75) = 23,5. Het getal is eenvoudig en voor grote groepen mensen een goede maat voor gezondheidsrisico's. Voor één persoon zegt het minder.
Indeling
| BMI | Tot 70 jaar | 70 jaar en ouder |
|---|---|---|
| Lager dan 18,5 | Ondergewicht | Lager dan gezond |
| 18,5 tot 22 | Gezond | Lager dan gezond |
| 22 tot 25 | Gezond | Gezond |
| 25 tot 28 | Overgewicht | Gezond |
| 28 tot 30 | Overgewicht | Overgewicht |
| 30 of hoger | Obesitas | Obesitas |
Waar de BMI tekortschiet
De BMI maakt geen onderscheid tussen spieren en vet en zegt niets over waar vet zit. Vet rond de buik hangt sterker samen met hart- en vaatziekten dan vet op heupen en benen. Daarom wordt de buikomtrek vaak als tweede maat gebruikt. Wie met krachttraining spiermassa opbouwt en tegelijk vet verliest, ziet de BMI soms nauwelijks veranderen terwijl de kleding wel ruimer zit; het artikel over afvallen met krachttraining gaat daar verder op in.
Voor een plan richting een gezond gewicht is de caloriebehoefte berekenen een logische volgende stap. De BMI-grenzen gelden niet voor kinderen, zwangeren en mensen met bepaalde aandoeningen.
Veelgestelde vragen
Wat is een gezonde BMI?
Voor volwassenen tot 70 jaar geldt een BMI van 18,5 tot 25 als gezond, 25 tot 30 als overgewicht en 30 of hoger als obesitas. Voor 70-plussers hanteert het Voedingscentrum 22 tot 28 als gezond.
Klopt de BMI voor sporters met veel spiermassa?
Niet altijd. Spieren wegen zwaarder dan vet bij hetzelfde volume, waardoor krachtsporters een hoge BMI kunnen hebben zonder overgewicht. Een buikomtrek geeft dan meer informatie.
Waarom is de grens voor ouderen hoger?
Bij ouderen gaat een iets hoger gewicht samen met een kleiner risico op ondervoeding en botbreuken. Daarom ligt de gezonde marge vanaf 70 jaar hoger.